Over licht en Goddelijk Licht
Iedereen kent het licht als tegenstelling van duisternis, maar er bestaat nog een tweede "soort" Licht, en dat is die zónder tegenstelling: het eeuwige en enige Goddelijk Licht.
Het eerstgenoemde licht bestaat in de tweede schepping, terwijl het Licht met een hoofdletter zich in de eerste schepping bevindt. Aangezien dit Licht te groot is om in onze stoffelijke wereld waargenomen te worden, kunnen we evengoed spreken over
"volkomen duisternis",
maar dan een duisternis die niets te maken heeft met de aardse duisternis als dualistische tegenpool van licht.
Iets dergelijks geldt voor het "goede": we kennen het goede vooral als dualistische tegenstelling van het kwade (en daarom is het nooit volstrekt goed!), maar daarbovenuit bestaat het Goede, dat aan elke tegenstelling ontstegen is. Op deze wijze zullen we meer en meer in de gedachtegang van "totale eenheid" moeten kruipen, waarbij uiteindelijk elke vorm van tegenstelling en dualiteit zal gaan wegvallen.
In logion 50 van het evangelie van Thomas spreekt Jezus over:
'Het Licht, waar het Licht ontstaat'.
Vanwaar zijn jullie gekomen?',
zeg hen dan:
'Wij zijn gekomen uit het licht, de plaats waar het licht uit zichzelf is ontstaan,
(waar het) zich heeft opgericht en geopenbaard in hun beeld.'
Als men tegen jullie zegt: 'Zijn jullie het?', zeg dan:
'Wij zijn de kinderen ervan en wij zijn de uitverkorenen van de levende Vader.'
Als men jullie vraagt: 'Wat is het teken van jullie Vader in jullie?', zeg hen dan:
'Het is een beweging en een rust.'
In diverse oude tempelplaatsen in Egypte, zoals Heliopolis en Hermopolis, werd aan de kandidaat van inwijding onderricht gegeven over dit licht, dat voorafgaat aan het scheppingsgebeuren.
Dit licht wordt door de Spaanse mysticus Johannes van het Kruis ook wel:
'volkomen duisternis'
genoemd, te groots om met het stoffelijk oog waar te nemen.
In het gedicht *De Donkere Nacht* (La Noche Oscura) beschrijft Johannes van het Kruis hoe de ziel s'nachts stilletjes haar huis verlaat. Dit staat symbool voor het loslaten van de zintuigen en het ego. De ziel reist door een volledige, allesomvattende duisternis. Maar halverwege het gedicht verandert de sfeer: juist die duisternis blijkt de betrouwbare gids te zijn naar het zuivere Licht en naar de innige vereniging met de Geliefde, God.
Hier zijn de cruciale strofen (verzen 3, 4 en 5) waarin die overgang van duisternis naar licht en rust tastbaar wordt:
Uit: De Donkere Nacht
In die gelukkige nacht, in het geheim,
want niemand die mij zag, en ik keek zelf naar niets,
zonder ander licht of andere gids dan het licht dat in mijn eigen hart brandde.
Dit licht geleidde mij zekerder dan het licht van de middagzon,
naar de plaats waar op mij wachtte Wie ik zo goed kende, waar niemand anders verscheen.
O nacht die mij hebt geleid!
O nacht, beminnelijker dan de dageraad!
O nacht die de Geliefde heeft verenigd met de geliefde,
de geliefde getransformeerd in de Geliefde!
