Parsival en de Graal

I N   W O R D I N G 

Wagners opera van Parzival (1882)

In Wagners Parsifal (1882) wordt de opera tot een spiritueel symbool: het verhaal van de ziel die haar Goddelijke oorsprong vergeten is en op zoek gaat naar de Graal. 

De Graal kun je zien als een voorstelling van het neerdalen van gnostische kennis van het hoofd naar het hart; zeg maar van het W E T E N  naar het T O E P A S S E N. 

De functie van de 'graal', wordt helder in dit verhaal. 

Parzival groeit namelijk op zonder te weten wie hij is ('Ken u zelve'), terwijl zelfkennis een eerste en noodzakelijke trede is naar godskennis. Hij is de 'reine dwaas'; onwetend van zijn Goddelijke afkomst, maar innerlijk geroepen.

Hij kan het Goddelijke Licht in de Graalsburcht pas vinden als hij weet wie hij is, waar hij vandaan komt, en wat hem te doen staat. Het endura gaan.

Zolang Parzival naamloos door het woud dwaalt, leeft hij gewoon in 'slaap'. Al heel lang herinnert hij zich de oorzaak niet meer; hij wéét het niet meer en dient 'dwars door het dal' te gaan. 

Dit verhaal eindigt uiteindelijk niet in vernietiging, maar in loutering. Hij wordt spiritueel volwassen door vallen en opstaan, en transformeert tot een ontwaakt Mens. Het verhaal loopt in Parzival dan ook wèl goed af, want hij  ìs thuisgekomen bij God, de Vader, in de eerste schepping.

In 'Der ring des Nibelungen' zie je dat het nog gaat over het proces van ontwaken, terwijl Richard Wagner in het verhaal van Parzival, de Graal behandelt en de werkelijke functie daarvan helder maakt.

Waar Siegfried in 'Der ring des Nubelingen nog voor de 'uiterlijke' mens staat, staat Parzival voor de innerlijke Mens; de Mens met een hoofdletter.

Siegfried handelt nog puur vanuit zijn fysieke natuur, kracht en uiterlijke onbevreesdheid. Hij 'kent zichzelf niet, mist innerlijke reflectie en blijft blind voor de spirituele wetmatigheden van zijn aardse onbewuste leven.

Parzival echter, begint ook als een 'dwaze nar' (onbewust), maar hij leert door diepe crisis, zelfreflectie (Ken u zelve) en het doorleven van het lijden. Hij transformeert van een uiterlijke vechtersbaas naar een innerlijk ontwaakt Mens. Het verhaal staat 'symbool' voor de weg (het endura) die de aardse onbewuste mens dient te gaan naar de Goddelijke bewuste Mens.

Parsival is gnostisch gezien dan ook interessanter dan 'Der ring des Nibelungen'! Het is geen simpel historisch of romantisch ridderverhaal, maar een diepgaande spirituele allegorie die veel moeilijker te begrijpen is.

Over de naam Parzival of Parsifal 

In de verschillende middeleeuwse bronnen verschijnt hij in uiteenlopende vormen: 

Perceval bij Chrétien de Troyes, Parzival bij Wolfram von Eschenbach, later Parsifal in de romantische en operatraditie. 

Elke variant draagt een eigen klankkleur en nodigt uit tot etymologische duiding. Zo wordt vaak gewezen op het Perzische parsi-fal, 'de zuiver dwaas', of op volksetymologieën als 'door het dal gaande' en 'durch das Tal'. Deze beelden verwijzen dus niet zozeer naar een historisch juiste herkomst, maar naar een innerlijke werkelijkheid: de ziel die, onwetend, haar weg zoekt door het dal van het aardse leven.

De basisstructuur is onder te verdelen in verschillende kernfasen:

De staat van onbewust-zijn 

(Het woud van Soltane)

De onwetende ziel: Parzival groeit door zijn moeder Herzeloyde (hartzeer) geïsoleerd op in een woud. Hij draagt narrenkleren en leeft in totale onwetendheid. 

Dit symboliseert de gevallen menselijke ziel die gevangen zit in de materiële wereld; de tweede schepping. Onbewust van zijn Goddelijke herkomst. Hij 'slaapt' en is in 'dronkenschap'.

Wordt vervolgd